Nog even en dan kunnen we in ons nieuwe stulpje in Bethesda. Ondertussen hebben we tijd om iets voor onszelf te doen. We zijn bijvoorbeeld in Louisville (Kentucky) geweest, waar ze een mooie rivierboot hebben liggen, erg trots zijn op hun honkbalhistorie en rare spiegels maken:



En we rijden met onze Jeep tegen mooie plaatjes aan:



Maar het hoogtepunt van de afgelopen dagen was ons bezoekje aan de Great Smoky Mountains, waar we een cabin hadden gehuurd.


Heerlijk in het groen, ver genoeg weg van de kermisgekte van Pigeon Forge en Gatlinburg. Dat zijn de plaatsjes van waaruit je het park binnenkomt. Maar in plaats van aandacht voor de natuur is er alleen maar bungeejumpen, bumpercars, Dollywood (echt waar), spookhuizen, en...wacht, is dat Herbie en een mini-Herbie? Toch maar een foto:


Nee, we vermaakten ons prima in en rond de cabin. Bijvoorbeeld met een bezoekje van een echte wasbeer. Die had weinig moeite met de vuilnisbak (waarvan wij dachten dat 'ie wel snuffel-proof zou zijn):

En tja, P. mag dan eerst moedig op het dier afstappen en tssss roepen, maar als meneer (?) de wasbeer zich voor geen meter verroert, wat dan? Opeens zie je hoe groot een raccoon eigenlijk is en hoe scherp z'n achterpoten zijn. Slik. Onze survival-tip van de week: water. Spuit water op de wasbeer. Gek genoeg (met zo'n naam) houden ze daar niet van. Meneer liet zich daarna niet meer zien.
Gelukkig voor ons bleef het niet bij deze ene ontmoeting. We zagen wilde kalkoenen en veel bosmarmotten (groundhogs). Maar het meest bijzondere moment was toch tijdens een wandeling naar de Laurel Falls. Een zeer populaire route, want niet te vermoeiend, goed begaanbaar en eindigend bij een aardige waterval. Wij waren dus niet de enigen met een baby voor- of achterop:



Met relatief veel bezoekers, leek deze wandeling de minst voor de hand liggende gelegenheid om een beer tegen het lijf te lopen. Er zijn in de enorme Smoky's slechts 1500 (schatting he) en veel bezoekers komen jaar na jaar terug zonder één beer te zien. Terwijl de zwarte beer dé mascotte van de Smoky Mountains is.
Je raadt het al: wij hadden geluk. Een echte beer kruiste ons pad! Spannend en eng tegelijk, want plots verschenen er rangers die ons en nog een aantal andere wandelaars op afstand hielden en vertelden hoe we níet moesten wegrennen als de beer aan zou vallen. En dat dit een jong was en zelfs de profs een tikje ongerust waren dat ze nergens mama-beer zagen.

Dat zwarte vlekje op de foto is inderdaad de beer. We hadden het idee er veel dichter bij te zijn dan deze foto doet vermoeden, maar afstand is belangrijk in dit soort gevallen. Het hele beren-avontuur duurde bij elkaar wel twintig minuten. Daarmee vergeleken was de waterval 'wel aardig'.
Ach, onze H. vond het leuk (die kreeg achter de rug van pa weinig mee van de beer):

We vermoeden dat zij sowieso heeft genoten van de dagen in de cabin. Al schrok ze van de wasbeer, ze genoot van de zonnestralen en haar eerste pannenkoek:


Het gaat overigens erg goed met H. Ze heeft inmiddels vijf tandjes en kan al lopen (ok, ok, met zo'n speelgoed-looprek, maar toch)


en ze is verrassend makkelijk om mee te reizen. In de auto valt ze snel in slaap en overal waar we komen is ze een hit. Tot nu toe zijn we er echter nog niet in geslaagd om flinke kortingen te krijgen met haar guitige glimlach. Daar is ruimte voor verbetering.
