Het volgende bericht is he-le-maal niet in chronologische volgorde. Nou ja, het bericht zelf wel, maar niet qua plek op Bridgepeople. Maar dat kon even niet anders. Eigenlijk zou je dit moeten lezen ná onze reis richting Yellowstone. Toen hadden we echter de puf niet en waren er nog wat andere blogwaardige dingen. Nu dus dan het (uitgebreide) verslag van P.'s wandelvakantie in Spanje. Want dat mag hier - deze blog is immers ook ons online dagboek - niet ontbreken.
Even de globale inleiding: Twintig jaar geleden besloot een stel vrienden een deel van de 'Camino' te lopen. De tocht naar het Spaanse Santiago de Compostella. Laat P. nou net deel uitmaken van deze vriendengroep en laat hij er net toen niet bij zijn geweest. Voor inmiddels vergeten redenen. Tien jaar later was de herhaling en toen haakte P. ook aan. Een traditie was geboren. Met een groot nadeel: het is elke tien jaar, dus veel zullen er niet plaatsvinden. Maar dat maakt het allemaal extra speciaal. Dit jaar was het dan tijd voor de derde editie en daar gaat deze blogpost over.
P.'s reis naar Spanje begon waar de gezamenlijke camper-reis van de Bridgepeople eindigde. We namen afscheid op de luchthaven van Denver. De dames gingen terug naar DC en P. vloog naar NYC. Waar hij van JFK naar LaGuardia moest met de bus om naar een paar uur wachten het vliegtuig naar Madrid te nemen en daar aangekomen - haasje repje - over te stappen op de vlucht naar Sevilla. Daar, in het zuiden van Spanje, begon deze editie van de Camino namelijk.





P. was er een halve dag eerder dan de rest, maar was te moe om echt door de stad te slenteren. Hoe mooi Sevilla ook is. Het was een beetje bij het hostel - een veredelde jeugdherberg - hangen. De andere heren kwamen 's nachts aan en daarom was besloten om de volgende dag niet meteen met wandelen te beginnen, maar eerst een dagje de stad te verkennen.



We bezochten onder meer de Kathedraal van Sevilla (waar net een trouwerij bezig was, een van de velen die we tijdens ons reis zagen), waar onder meer Columbus ligt (of deels), we bekeken een stieren-arena (nee, niet naar een echte steekpartij geweest),






en gingen na een volle dag terug naar ons hostel:

De volgende morgen was er geen ontkomen meer aan. De wandeling ging beginnen! Nou ja, niet voordat een toevallig passerend stelletje met ons op de foto wilde. Tuurlijk, kom maar op. Hij merkte in het Spaans op dat we stonken (ja, onder de zonnebrand natuurlijk), en wij merkten in het Spaans op dat we Spaans spraken. Altijd lachen.


Ik moet eerlijk zijn: de tocht begon niet voorspoedig. Het idee is dat je bordjes met daarop een schelp - en/of gele pijlen - volgt. Nou, we kwamen de stad niet eens uit of we waren ze al kwijt. Ook de (Duitse) routegids die we bij ons hadden, hielp niet. En agenten die wij om hulp vroegen, stuurden ons doodleuk een stuk over de snelweg! Uiteindelijk vonden we de pijlen, kwamen we de stad uit en wachtte ons het Spaanse platteland:





Het lopen ging best goed de eerste dag. Ook al was er groot verschil in voorbereidingsniveau (P. had z'n schoenen een beetje ingelopen en dat was het wel).



We kwamen allen best fris aan in ons eerste dorp. En we probeerden er altijd vroeg te zijn. Hardop was de reden dat we de hitte van de dag wilden ontlopen, maar stiekem wilde we gewoon vroeg achter het bier zitten:



De tweede dag ging eigenlijk ook redelijk. We hadden de hele route gezelschap van een hond die we maar Elvis hebben genoemd, uit eerbetoon aan onze vriend Elvis die er niet bij kon zijn. We liepen een mooie route door sinaasappelgaarden, over zandpaden, langs paarden en langs seksende mensen (ach ja). Het enige vervelende was, behalve een kleine blaar, dat P. zich verstapte. En de enkel begon te zwellen en het ijs moest er aan te pas komen.




Dat had niet op een vervelender moment kunnen komen, want de volgende dag wachtte de langste route. Zo'n 30 km. Het eerste deel ging over een asfaltweg, daarna door een natuurpark, om te eindigen met een echt pittige klim. Maar ook dat is gehaald. Het was al met al een heerlijke wandeling. We stonden er voor vijfen voor op (om de warme middagzon voor te zijn). Hier weer een bak foto's:







In het dorp waar we die dag aankwamen, zaten alle kerktorens vol ooievaars:



Dat en de eerder genoemde trouwerijen waren terugkerende thema's. Geen idee waarom en of er een verband was. Wij sliepen die nacht in een school die tot hostel was omgebouwd en bespraken bij de ondergaande zon de dingen des levens (blaren, drank, sigaretten, literaire aspiraties en wel of geen telefoonverbinding):






De volgende dag stond in het teken van het varken. Niet zomaar een varken, maar het soort dat z'n hammen (niet vrijwillig) beschikbaar stelt voor de jambon iberico waar de streek zo om bekend staat. Het vlees is blijkbaar zo bijzonder omdat de varkens een bijzonder dieet krijgen met onder meer olijven en noten. Hoe bijzonderder het dieet (en hoe langer de ham is gedroogd), hoe duurder het vlees. De wandeltocht voerde langs al die varkenshouderijen. Erg mooi.



In het dorp waar we aankwamen - El Real de la Jara - was het zo heet dat je niet met blote voeten op de stenen kon lopen. Maar we hadden vanaf ons dakterras dan wel weer een mooi uitzicht op het Castillo.


De volgende dag stapten we een nieuwe streek binnen: Extremadura. Nee, het is er niet extreem duur. Sterker, alles in Spanje was spotgoedkoop. Of, zoals de Spanjaarden zeggen, espotgoedkoop.
De tocht was wederom mooi. Al zat er een stuk snelweg tussen (zoals wel vaker). Maar tussen het geklets door hadden we oog voor de weilanden en de koeien en voor we het wisten waren we in Monesterio.


Dat écht het hart van de jamon iberico-streek is. En dus gingen wij ook aan een paar lapjes. Zoals te zien, vond P. het niet te eten. Nee hoor, best lekker, maar niet onvergetelijk. Escudo.



Die nacht hebben we overigens als eerste en enige keer de dekens om moeten hebben 's nachts, omdat het zowaar koud werd. Een 'luxe' die we de overige dagen en nachten niet hadden.

De volgende dag bracht de laatste wandeling. Eentje die de minste beschutting bood, maar gelukkig hadden we een minder felle zon en zelfs een heus windje. Perfecte omstandigheden dus. Ook meteen maar 'de groepsfoto' gemaakt, want zo eentje moet er ook altijd tussen zitten.




Redelijk intact (afgezien van verzwikte enkels en talloze blaren) kwamen we aan in Fuente de Cantos. Waar het weer goed toeven was. Zeker als je weet dat het wandelen er op zit:


Google Maps geeft aan dat de afstand tussen die plaats en Sevilla 112 km is, maar voor de stoeren verhalen - en vanwege de omzwervingen die je als pelgrim maakt - ronden we dat af naar 150 km. Zo.
We aten er weer heerlijk en sliepen in een van de luxere hostels. Ook fijn: onze route - de Via de la Plata - is minder populair en zeker in juni (vanwege de hitte). Dus struikel je niet over de pelgrims en is er meestal veel plek in de hostels.


De volgende dag was die van de terugkeer naar Sevilla. Ja eh, met de bus he. We zijn niet gek. En dan zoef je voorbij al die plaatsen waar je zoveel voetstappen hebt achtergelaten. We brachten de laatste nachten door in hetzelfde hostel als aan het begin van de reis.



Wat deden we nog in Sevilla? Uiteraard keken we naar het EK. Ja, dat was een feest. Ahum. En we kochten souvenirs waarbij wel heel rare poppetjes tegenkwamen die we toch écht niet mee zouden nemen naar de VS...



En toen was er het onvermijdelijke afscheid. We verlieten in alle vroegte ons hostel en dronken nog een koffie samen op de luchthaven van Sevilla.




De 'gang' ging naar Amsterdam, P. begon aan de lange terugreis naar DC, die wederom via New York ging.


Zo, over tien jaar is er een nieuwe editie. Wie weet, misschien bloggen we dan nog op deze plek. Dan beloven we íets sneller een verslag klaar te hebben.