Het zwangerschapsverlof van J. vloog voorbij. Voordat we er erg in hadden, zaten we al in de laatste weken. Dus bedachten we nog één grote uitstap om ons op te laden voor de 'daily grind'; het alledaagse leven. Niet te ver rijden, niet te druk, beetje natuur, aan het water wellicht. Met die criteria in het achterhoofd, viel de keuze al snel op Ocean City. Dat is in het hoogseizoen een badplaats die je moet mijden, want je kunt er dan over de hoofden lopen, zoals dat heet. En dat zijn hoofden van Sjonnies en Anita's. Het is ook wel bekend als de 'Jerseyshore' van Maryland.
Maar het is slechts 4 uur rijden,

en buiten het hoofdseizoen kun je er lekker uitwaaien. Nadeel is dat zonnebaden niet lukt en ook zwemmen is niet aan te raden, maar uitrazen over het verlaten strand is óók lekker. Fijn dus dat ons hotel letterlijk aan het strand lag en meteen na aankomst, gingen we een stukje lopen:


Een van de beroemdste dingen van Ocean City is de boardwalk. Die is 2,5 mijl lang en het centrum van de activiteiten (veel clubs en winkels eromheen). 's Zomers is er zelfs een trammetje langs de boardwalk zodat je geen 5 mijl hoeft te lopen om van het begin weer bij het begin te komen. Er zitten veel toeristische pandjes aan uiteraard (T-shirts, spelletjes etc) en H. was met name onder de indruk van de nep-haai die uit de gevel van Ripley's stak. Nog weken later hoorden we haar zeggen: 'Ai ee mu kapokkema' ('De haai heeft de muur kapotgemaakt').




Je ziet aan de foto's dat het winderig en fris was, maar hé, gratis parkeren én geen drukte. Wij genoten met volle teugen:

En we hadden genoeg wind om die mislukte vliegermiddag in te halen:

Maar de directe aanleiding dat wij voor Ocean City kozen, was niet dat er strand was, of een boardwalk, of weinig mensen, maar dat er paarden waren. Of nou ja, op zo'n 30 minuten rijden afstand. Daar bevindt zich namelijk het eiland Assateague dat bekend staat om z'n wilde paarden. Wij wilden dat wel eens meemaken.
Op z'n Amerikaans kun je een heel eind het eiland oprijden (via een brug) en onderweg kwamen we al een lone ranger tegen.
Je ziet, we schrokken ervan, dus die foto is wazig. Nee hoor, veel valt er niet te schrikken, want ze mogen dan wel 'wilde paarden' heten, erg wild qua karakter zijn ze niet. Verwacht geen galopperende hengsten over eindeloze vlakten. Op Assateague slenteren ze rustig in groepjes van tien over de duinen en knabbelen wat aan het gras. Hoewel, er zijn in voorgaande seizoenen mensen gebeten en getrapt door deze paarden, maar die kwamen dan ook te dichtbij (die mensen dan):
Eenmaal op het strand van het eiland zagen we erg lang geen paarden. En garanties zijn er ook niet als je gaat kijken, want het eiland is langgerekt en slechts een klein deel is voor het publiek toegankelijk. Geeft niet, want er was een heerlijk zonnetje en op het strand dollen is óók leuk:




En warempel, na een tijdje dollen kwamen de paarden gewoon langs! We hoefden niet naar ze op zoek. Ze liepen over de parkeerplaats, door de duinen, graasden wat en liepen over het asfalt weer door.




Je ziet, je kunt redelijk dichtbij komen, als je maar alle edele viervoeters met rust laat. Wij vonden het in ieder geval een aardige belevenis.
Het was niet ons laatste uitstapje. We sloten ons bezoekje aan Ocean City af met een ritje de andere kant op: naar Rehoboth Beach. Iets minder Sjonnie/Anita, met ludieke winkeltjes, beter ijs en geinige plekjes voor je koffie.

En ze hebben er ook een winkeltje waar ze heuse Nederlandse drop verkopen. Dus daar rij je nog wel 40 minuten voor om:


Erg lang konden we niet van deze badplaats genieten (we zijn niet eens tot op het strand gekomen), want ons geluk was op en de lucht betrok. Helaas, helaas. Na een laatste paar uurtjes shoppen in een nabijgelegen winkelcentrum, lieten we Ocean City achter ons om huiswaarts te keren. Niet geheel tot blijdschap van H.:

Maar goed, wat had die te klagen? Zij was niet degene die weer snel aan het werk moest.